Welke 3 soorten luizen komen bij mensen voor?
Luizen zijn kleine parasieten die zich voeden met bloed en zich vastklampen aan haar of kleding. Ze veroorzaken jeuk en irritatie, en kunnen zich snel verspreiden. Hoewel ze alledrie bloedzuigers zijn, verschillen hoofdluizen, schaamluizen en lichaamsluizen sterk in waar ze zich vestigen, hoe ze eruitzien en hoe ze behandeld moeten worden.
Hoofdluizen
Hoofdluizen leven op de hoofdhuid en leggen hun eitjes dicht bij de haaraanzet. Ze verspreiden zich via direct contact van hoofd tot hoofd en veroorzaken jeuk en irritatie. Voor uitgebreide informatie over het herkennen en behandelen van hoofdluizen verwijzen we naar onze blog over Hoofdluis, Hoofdluisbehandeling en Heb ik hoofdluis?
Lichaamsluis
De lichaamsluis, wetenschappelijk Pediculus humanus corporis, wordt ook wel kleerluis genoemd. Deze luizensoort is nauw verwant aan de hoofdluis, maar onderscheidt zich duidelijk in leefwijze, grootte en gedrag. Lichaamsluizen kunnen in de praktijk alleen overleven onder ontwrichte omstandigheden waarin mensen hun kleding niet regelmatig kunnen wassen of verschonen. Daardoor komen ze vooral voor in situaties van armoede, oorlog, dakloosheid of noodopvang. Juist deze sterke koppeling aan slechte hygiëne heeft in de loop van de tijd bijgedragen aan een onterecht stigma rond hoofdluis; mensen met hoofdluis worden vaak ten onrechte als “onhygiënisch” of vies gezien, terwijl hoofdluizen onafhankelijk zijn van hygiëne en zich volledig kunnen vestigen bij iedereen.
Qua uiterlijk lijken lichaamsluizen op hoofdluizen: ze hebben een langwerpig, plat lichaam en zes poten waarmee ze zich stevig kunnen vastgrijpen. Lichaamsluizen zijn echter groter, gemiddeld drie tot vier millimeter, terwijl hoofdluizen meestal twee tot drie millimeter meten. Ze zijn vaak lichtbruin tot grijswit en oogt iets transparanter. Na het voeden met bloed kan de kleur donkerder worden. In tegenstelling tot hoofdluizen leven lichaamsluizen vrijwel uitsluitend in kleding, vooral in naden en zomen, en komen ze alleen tijdelijk naar de huid om bloed te zuigen. Hun eitjes worden in kledingvezels afgezet en niet aan haren vastgeplakt.
Juist deze leefwijze maakt de lichaamsluis uniek en verklaart waarom deze soort wel ziektes kan overbrengen. Lichaamsluizen scheiden via hun ontlasting bacteriën uit, zoals Rickettsia prowazekii, Bartonella quintana en Borrelia recurrentis. Door het krabben ontstaan kleine huidbeschadigingen waardoor deze bacteriën het lichaam kunnen binnendringen. Het agressieve voedingsgedrag, de hoge aantallen luizen in ontwrichte omstandigheden en de mogelijkheid om bacteriën intern langdurig te huisvesten, maken de lichaamsluis tot een effectieve vector voor ernstige infecties, iets wat bij hoofdluis of schaamluis niet voorkomt.
In moderne, hygiënische samenlevingen verdwijnen lichaamsluizen vrijwel volledig zodra kleding regelmatig wordt gewassen en vervangen, waardoor het risico op ziekteoverdracht sterk beperkt blijft. Hun aanwezigheid is dus niet alleen een hygiënisch probleem, maar ook een indicator voor sociale en leefomstandigheden waarin mensen langdurig geen toegang hebben tot schoon textiel en adequate wasfaciliteiten.
Schaamluis
Schaamluizen, wetenschappelijk Pthirus pubis, hechten zich aan stug, grof haar. Hun lichaam is compact en rond, met brede grijppoten, wat ze een krabachtig uiterlijk geeft, vandaar hun Engelse bijnaam “crabs”. Ze zijn kleiner dan hoofd- en lichaamsluizen, gemiddeld 1 tot 2 millimeter groot, en meestal lichtbruin van kleur. Volwassen schaamluizen zijn zichtbaar met het blote oog en bewegen langzaam over het haar of de huid. De eitjes, ook wel neten genoemd, worden met een soort kleefstof aan het haar bevestigd en zijn iets lichter van kleur. Ze komen voornamelijk voor in het schaamhaar, maar kunnen zich bij volwassenen ook vestigen in andere stugge lichaamsbeharing zoals borsthaar, okselhaar, rughaar, armhaar, beenhaar en zelfs baardhaar.

Schaamluizen zijn geen vectoren van ziekten. Ze voeden zich met bloed, wat jeuk en huidirritatie veroorzaakt, en soms lichte blauwe plekjes wanneer er meerdere luizen actief zijn en de huid frequent wordt gekrabd. In tegenstelling tot lichaamsluizen verspreiden schaamluizen zich niet via kleding, maar alleen via nauw lichamelijk contact. Hoewel theoretisch besmetting via handdoeken of beddengoed mogelijk is, is dit in de praktijk verwaarloosbaar, vooral wanneer haren verwijderd zijn.
Overdracht en besmetting bij volwassenen
Bij volwassenen wordt schaamluizenbesmetting voornamelijk veroorzaakt door nauw lichamelijk contact, vaak seksueel, maar ook huid-op-huid contact kan voldoende zijn om luizen over te dragen. Iedereen met stug, ruw lichaamshaar kan besmet raken; de luizen discrimineren niet op basis van leeftijd of hygiëne. Omdat ze zich hechten aan het haar, is contact met besmet haar essentieel voor overdracht. Het aantal luizen bij een besmetting is meestal beperkt, maar kan toenemen bij langdurig contact of bij meerdere partners die besmet zijn.
Bij kinderen en jongeren
Bij kinderen die al lichaamshaar hebben, zoals oksels of schaamstreek, gelden dezelfde principes: nauw contact is de belangrijkste overdracht. Bij jonge kinderen die nog geen of nauwelijks lichaamshaar hebben, kan schaamluizen zich soms vestigen in wimpers, wenkbrauwen en in zeldzame gevallen in hoofdhaar. In deze gevallen is de besmetting lastig op te merken, omdat het niet in de klassieke schaamstreek zit. De luizen en hun eitjes veroorzaken hier vooral jeuk en irritatie rond de ogen. Omdat oogwimpers en wenkbrauwen kwetsbaar zijn, moeten de eitjes voorzichtig met een pincet worden verwijderd. Het is belangrijk dit rustig en nauwkeurig te doen om de huid of ogen niet te beschadigen. Chemische behandelingen zoals permethrine of anti-luizenshampoo zijn bij wimpers en wenkbrauwen absoluut niet geschikt vanwege het risico op oogbeschadiging.

Behandeling van schaamluizen bij volwassenen
De meest effectieve en betrouwbare behandeling van schaamluizen bij volwassenen is het volledig scheren van alle lichaamsbeharing van boven naar beneden. Dit omvat borsthaar, rughaar, okselhaar, armhaar, beenhaar, baardhaar en schaamhaar. Zodra de haren zijn verwijderd, kunnen de luizen zich niet meer vastgrijpen en overleven de eitjes niet. Het gebruik van luizenshampoos, lotions of permethrine is overbodig en biedt nauwelijks effect; het kan zelfs een vals gevoel van veiligheid geven. Het volledig verwijderen van haren garandeert dat de luizen en hun eitjes volledig worden geëlimineerd en dat herbesmetting via textiel uitgesloten is.